mevr. Ellen .v.d. Spiegel Cohen

Bij de presentatie van het boek “ DE JOODSE INWONERS VAN DE STAD GRONINGEN EN OMSTREKEN 1549-1945 EN HUN BEGRAAFPLAATSEN ALDAAR, DEEL 2 1870-1945,  op 2 maart 2006,  in de synagoge Folkingestraat te Groningen door mevr. Ellen .v.d. Spiegel Cohen.

Voor wie hierbij destijds niet aanwezig kon zijn vertelt zij hier nogmaals graag haar verhaal:

“Mijn (eigen) naam is  Elsje Cohen en ik wil graag iets vertellen over mijn zoektocht naar mijn familie in Groningen. Vertellen hoe belangrijk de  gegevens uit “De Joodse inwoners van de stad Groningen” voor mij zijn. Hoe blij ik ben met deze boeken, die mij een achtergrond, een familie hebben gegeven. Hoe dankbaar ik ben voor de hulp die ik kreeg van de makers, en als ik maar enkele van de schrijvers met name noem, wil ik daarmee toch alle mensen bedanken die het verschijnen van deze boeken  mogelijk hebben gemaakt!

Ik ben geboren in Rotterdam in 1942, en mijn ouders en grootouders hebben de oorlog niet overleefd. Mijn ouders zijn omgebracht in Sobibor, en mijn vier grootouders in Auschwitz. Ik heb nooit iemand van mijn vaders kant – toch een heel grote familie – kunnen vinden, tot een paar jaar geleden. Toen ik met de VUT ging, had ik meer tijd en inmiddels, denk ik ook meer moed, om op zoek te gaan naar mijn verleden. Ik zette een advertentie in de Benjamin, het blad van Joods Maatschappelijk Werk, en daarop reageerde  Louis Cohen, met wie ik de betovergrootvader bleek te delen. Hij kon me vertellen  dat onze familie uit Groningen en  Leeuwarden komt.

Nu woon ik tegenwoordig in Zuid-Limburg en dan ga je niet zo makkelijk naar Groningen om onderzoek te doen. Ik kreeg echter te horen over de Vey Mestdagh Stichting en over het boek “De Joodse Inwoners van de stad Groningen” waarvan het deel  tot 1870 verschenen was en het vervolg in voorbereiding. Ik kreeg het telefoonnummer van Han Lettinck en Els Boon, zij nodigden mij uit om naar Utrecht te komen. Toen ik bij hen vandaan kwam, was ik opeens iemand met voorouders en een hele Groningse voorgeschiedenis, waar ik me van alles bij kon voorstellen. Ik vond het geweldig, dat zij alle tijd voor mij namen. Ik hoorde allerlei interessante verhalen,maar het was ook geen gemakkelijk bezoek. Ik had zo gehoopt dat er van de vele zusters en broers (meer dan twintig) van mijn grootouders wellicht enkele de oorlog overleefd hadden, of misschien hun kinderen of kleinkinderen. Het resultaat van ons zoeken was erg verdrietig, het leverde bijna alleen maar namen op van concentratiekampen. Han vertelde me, dat bijna niemand de oorlog overleefd heeft, omdat ze vrijwel allemaal getrouwd waren met Joodse partners.

Overgrootvader Salomon Cohen was schoenpoetser bij het station in Leeuwarden en had dertien kinderen. Er is van twee van hen bekend (oud-tantes dus), dat zij de oorlog overleefd hebben. Zij waren een tweeling, Betje en Roosje Cohen, die niet-joods getrouwd waren. Ze waren heel bekende koopvrouwtjes, eigenlijk straatventers en er staat een beeldje ter herinnering aan hen in Leeuwarden. Zij stierven eind jaren vijftig en het is een vreemde, beetje tragische gedachte dat wij elkaar nog hadden kunnen ontmoeten.    

Mijn grootvader Emanuel Cohen kwam dus uit Leeuwarden, mijn grootmoeder Elisabeth (van) Kleef  uit Groningen. Elisabeth, waar ik vast naar vernoemd ben! Ik sta hier nu te praten in de sjoel waar mijn grootouders honderd jaar geleden getrouwd zijn, op 17 juni 1906! (Bep Koster was zo aardig om mij al een keer eerder hier te ontvangen). Grootvader verhuisde na zijn huwelijk naar Groningen, waar hij werkte als lompenpakhuisknecht. Zij woonden in de Lutkenieuwstraat en de Hoekstraat. (Bert Kuipers van de gemeente Groningen, die een fototentoonstelling maakte over Joods Groningen, heeft mij er rondgeleid). Mijn grootouders kregen hier  twee dochters, Rika en Roosje, waarover  ik het nieuwe deel van “De Joodse inwoners van Groningen” meer hoop te vinden. Daarna verhuisden zij naar Neheim en later naar Rotterdam .

Han en Els vertelden me dat er ook een “geleerde” tak van de Cohens een belangrijke rol in Groningen hebben gespeeld. Hartog, die in de Israëlitische schoolcommissie zat en betrokken was bij de armenzorg, en Levi Abraham, die gazan was.

Tot slot  het belangrijkste, wat wij vonden over mijn overgrootouders in Groningen.
De moeders van mijn grootvader en grootmoeder waren zusjes: Rachel en Roosje Marcus. Hun vader, Emanuel Abraham Marcus, was handelaar in potten en pannen, en omdat de wegen slecht waren, voer hij op een schip ”De jonge Abraham”, daar is Rachel ook op geboren. De handel leverde aardig wat op, de familie komt zelfs voor op een soort lijst van belastingbetalers en in 1830 kon er een huisje worden gekocht dat nu nog te zien is in het openluchtmuseum in Warffum. Mijn overgrootmoeder Roosje trouwde met Levi Kleef en zij woonden in Nieuwstad “in eene gang” en later in de kleine Folkingestaat en Driemolendrift. Zij zijn beide begraven op de begraafplaats aan de Iepenlaan. René de Vries vertelde me dat  Roosje, die overleed in1909, één van de eersten was die daar begraven werd.

Ik heb een bezoek gebracht aan de graven van mijn overgrootouders en heb Limburgse steentjes op hun graf gelegd. Het was voor mij, die geen graven heeft van ouders en grootouders, heel belangrijk om bij hun graf, een gewoon graf, te staan.  Ik zei “hé, hier staat jullie achterkleindochter”. Ik was wel dankbaar dat zij niet geweten hebben wat er met hun kinderen en kleinkinderen  is gebeurd. Tamarah Benima gaf een soortgelijke ervaring onlangs heel goed weer in haar column in het NIW. “Bij de stenen van David, Benjamin, Mietje en hoe ze verder allemaal heetten, vond ik iets terug van een ‘heile welt’, een ongeschonden wereld. Althans een wereld, die niet was geschonden door de shoa”.

Het is een heel mooie, oude begraafplaats aan de Iepenlaan en ik wilde graag een foto  van mijzelf bij de graven van mijn overgrootouders. Maar ik was de enige bezoeker. Daarom zette ik mijn rugzakje bij de grafsteen. Het heeft iets symbolisch, als ik nu naar de foto kijk, alsof ik hen vraag of ik iets van de ballast van mijn verleden bij hen achter mag laten, zodat mijn rugzakje wat lichter wordt.

Het was erg belangrijk voor mij om daar te zijn, om mij te realiseren dat ik familie heb gehad die gewoon hebben geleefd en gewoon dood zijn gegaan. Het versterkt mijn gevoel van identiteit. Zij hebben bestaan, dus ik besta. Mijn wortels zijn daardoor steviger geworden.

Daar dragen jullie boeken aan bij. Ik dank jullie wel.”

Kwartierstaat mevr. Ellen v.d. Spiegel Cohen

Auteur:
mevr. Ellen v.d. Spiegel Cohen

Illustraties:
mevr. Ellen v.d. Spiegel Cohen

Laatst bijgewerkt:
31 mei 2020