Nieuwe Boteringestraat 70

Dit pand werd in eerste instantie gemarkeerd als Boteringestraat 79, later werd dit Nieuwe Boteringestraat 74 en uiteindelijk Nieuwe Boteringestraat 70.

Zoektocht naar de eigenaar van onderstaande 12 Lepeltjes

Mevrouw Brouwer uit Volkel is op zoek naar eventuele nazaten van de joodse familie aan wie de getoonde 12 lepeltjes toebehoren. Zij wil deze graag aan hen terug geven alleen weet ze geen naam van deze familie. Als u de lepeltjes herkent en/of meer weet laat het dan weten via het contactformulier.

Het is 1943, midden in de tweede wereldoorlog. Best een angstige en onzekere tijd.
Jaap Plas werkte in die tijd, net als zijn vader, nog steeds als broodbakker bij bakkerij Bolt.
Er werd ergens in de stad een brood- en banketbakkerszaak te huur aangeboden. Dat las hij waarschijnlijk in een advertentie.
Dat bleek de Koek- en Banketbakkerij te zijn van bakker J.C.Biebericher, een zaak aan de Nieuwe Boteringestraat nummer 70 in het centrum van de stad Groningen. Jan Christiaan Biebericher trouwde op 13 april 1926 te Groningen, op 44-jarige leeftijd met de 29-jarige Harmina te Bos. Leefde Harmina nog in 1943 en hadden zij kinderen? Wie weet antwoord op deze vragen?

Bakker Biebericher was in die tijd 62 jaar en er was geen opvolger.
We kunnen rustig veronderstellen dat hij er daarom en vooral ook vanwege zijn leeftijd mee op wilde houden.
Om in zijn verdere levensonderhoud te kunnen voorzien zocht hij een huurder. Voor hem moest er natuurlijk na zijn pensionering ook brood op de plank komen.
Het huis aan de Nieuwe Boteringestraat was een oud pand en het dateerde uit 1896. Op de benedenverdieping was een grote winkel met etalages aan de straat. Verder was er een ruime achterkamer met twee alkoven. Door het hele huis liep een lange gang en daar achter lag de bakkerij. Achter het huis lag ook nog eens een grote achtertuin die helemaal doorliep tot aan de Nieuwe Kijk in’t Jatstraat. Dat is de straat die achter de Nieuwe Boteringestraat loopt. Vanuit de winkel voerde een lange trap naar de bovenverdieping met een drietal grote kamers. Daarboven had je dan ook nog eens een grote zolderverdieping met enkele kamers.

Alleen de benedenverdieping werd te huur aangeboden.
Op de hele benedenverdieping woonde en werkten dus de families van vader en zoon Plas.
Op de bovenverdieping aan de voorkant ging de oude bakker Biebericher zelf wonen.
Hij werd verzorgd door Ietje, die met haar man Maas de Boer op dezelfde verdieping aan de achterzijde woonde.
Ietje heeft de oude bakker in ruste tot aan zijn overlijden verzorgd.

Op de hoek van de Oosterstraat in Groningen werd een huis verkocht. De nieuwe bewoner had vernomen dat er in dat pand voor de oorlog een Joodse juwelier had gewoond. Het verhaal ging dat hij voor zijn vlucht zijn kostbaarheden ergens in dat pand had verstopt. Na veel speurwerk brak de eigenaar een muur af en vond daar na jaren een grote hoeveelheid kostbare sieraden.
Moeder Jo Plas had al eens verteld dat er in hun huis aan de Nieuwe Boteringestraat ook een aantal Joden hadden vertoefd. Zij liet toen een aantal zilveren lepeltjes zien die een Joodse familie (uit dankbaarheid?) bij haar had achtergelaten. Zij heeft die lepeltjes toen aan de familie Brouwer gegeven.
De familie Plas was daar pas in 1943 komen wonen. Dat was dus kennelijk allemaal voor hun tijd geweest.

Heeft u enige informatie die mogelijk kan leiden naar de familie waar deze lepeltjes aan toebehoord hebben neem dan a.u.b. contact op met de beheerder van Joods Groningen via het contactformulier.

In het midden dhr. J.C. Biebericher

Auteur:
Korrij Bakker

Bronnen:
Mevr. Brouwer
Mevr. Wilna de Grooth
Groninger Archieven

Laatst bijgewerkt:
27-05-2020