‘Synagoge’ Poelestraat

Het zou tot bijna halverwege de 18e eeuw duren voor het joden toegestaan werd diensten te houden in een synagoge of anderszins. In 1691 is het bestuur van de stad Groningen zelfs vertoornd omdat gerapporteerd werd dat ‘enige joden zich stoutelijk hadden onderstaan in een van haarlieden huizen een synagoge aan te richten, zonder kennisse en expres consent van de Raad’ . De joden was alleen toegestaan te handelen in minderwaardige goederen die niet onder de Gilden vielen en meer niet.

De eerste locatie in de stad Groningen waar het joden wel toegestaan werd diensten te houden was in 1731 toen Mozes Goldsmid pachter werd van de Bank van Lening. Het werd hem tegelijkertijd ‘gepermitteert om binnen sijn huijs sijne godtsdienst volgens Joodse manier onverhindert te mogen oeffenen’  in zijn huis aan de Poelestraat. Hiervoor richtte hij een kamer in als synagoge. Na enige tijd kon deze kamer hier niet meer voor gebruikt worden. De Bank van Lening ging over in andere handen en de nieuwe eigenaar wenste daar geen joodse diensten te houden. Bovendien was de joodse gemeenschap inmiddels gegroeid waardoor de ruimte ook te klein werd. De Joodse Gemeente kocht daarom een pand aan de Kattenhage naast de Prinsenkeuken aan. Helaas kreeg men geen toestemming van Burgemeesters en Raad om dit pand om te bouwen tot synagoge. Er moest verder gezocht worden en uiteindelijk kwam men terecht in een pand aan de Steentilstraat.


Bronnen:
Groninger Archieven
De Joodse gemeenschap in de stad Groningen (E. Schut)
Nieuwsblad van het Noorden

Illustraties
Nieuwsblad van het Noorden

Laatst bijgewerkt:
24-05-2020