Beth Zekenim

oftewel voluit Vereniging “Lebinjan Beth Zekenim” was in 1852 een initiatief van dr. Levy Ali Cohen. De vereniging had als doel om geld in te zamelen voor de bouw van een oude lieden gesticht voor zowel mannelijke als vrouwelijke Israëlieten. Tegenwoordig krijgen we bij het woord gesticht geen erg leuke associaties maar ‘Beth Zekenim’ betekent in het Hebreeuws ‘Ouden-huis’ en dat klinkt natuurlijk al heel wat vriendelijker. Het zou echter nog tot 1878 duren voor de vereniging een feit was.

Fondsen werven

Om fondsen te werven werden o.a. benefietvoorstellingen gegeven. Zo was er de sinds kort gevestigde rederijkerskamer ‘Utile et Dulce’ die bestond uit enige Israëlitische jongelieden die zich hiervoor inzette. Zij organiseerden op zaterdag 8 januari 1876 een avondvoorstelling met belangeloze medewerking van mevr. Culp-Soete en de dames Gosschalk.

Op 15-03-1881 vond een bestuursvergadering plaats o.l.v. dhr. A.I.Drilsma. Het bestuur bestaat op dat moment uit de heren A.I. Drilsma, J.B. Catz, J.H. van Hasselt jr., dr. L. Ali Cohen en mr. B. Cohen. Het ledenaantal is dan slechts 112. Volgens penningmeester J.H. van Hasselt Jr. bedraag het kapitaal onder eigen beheer eind december 1880 fl. 7.324,63 en dat onder het beheer van het Armbestuur, thesaurier de heer B. Drilsma fl. 18.187,59 (waaronder een vroeger ontvangen legaat van een niet-Israëliet, groot fl. 5.000,-) dus tezamen fl. 25.512,22 hetwelk op verschillende rentegevende wijze belegd is. Het fonds is alzo sedert het vorige jaar met fl.1.912,57 vermeerderd. Er is dus al een aardig kapitaal vergaard, men is op de goede weg en er is zelfs al een pand gekocht ten behoeve van het op te richten gebouw. Toch is het bestuur van mening dat er nog niet genoeg kapitaal is om aan te vangen met de bouw. Er wordt op aangedrongen, ook bij geloofsgenoten in den lande, om nieuwe leden i.e. fondsen te verwerven.

Tijdens de bestuursvergadering van 18-03-1883 in hotel ‘Kisch’ bracht secretaris mr. B. Cohen verslag uit over de financiële toestand van de vereniging en liet weten dat het kapitaal gegroeid was tot ruim fl. 22.000,-. Na ruim beraad stelt het bestuur dat ook dit bedrag nog niet voldoet om een flink gebouw op te richten dat geschikt is voor zeker een aantal verpleegden en het benodigd getal suppoosten en dan moet men nog geduld hebben. Om bijv. een 40-tal behoorlijk in een zodanig gesticht te verzorgen dient men voor de bouw, verdere inrichting en verpleging een kapitaal te hebben van 100.000. Naar sprekers mening zal dat kapitaal over 10 jaar verkregen zijn. Volgens het bestuur zal dat eerder pas na 20 jaar verkregen zijn. Het ledental is dan nog maar 102.

Schoolholm 24

Schoolholm Oostzijde 1920

Zo wordt jaar na jaar vergaderd, het kapitaal groeit al slinkt het ledenaantal omdat alles zo lang duurt. Er komen de nodige legaten en giften binnen, variërend van fl. 5,- vanwege de verjaardag van een kind tot fl. 5.000,- of meer na een overlijden.  In 1886 gaat de Israëlische Gemeente over tot de aankoop van het pand aan de Schoolholm 24 maar het zal nog lang duren voor het omgebouwd wordt tot een geschikt tehuis voor de oudelieden. Op 11-02-1887 maakt het N.I.W. melding van een toezegging van de vereniging Gemilas Chasidim Kabranim voor een jaarlijkse bijdrage van fl. 150,- voor Beth Zekenim zodra met de bouw een aanvang is gemaakt. 

Dan is het uiteindelijk zover, het N.I.W. schrijft in een artikel op 1-12-1899 dat, mogelijk onder druk van de gemeenschap, het tehuis is geopend voor een maximum van 12 à 13-tal ouden van dagen. Meer bewoners plaatsen is niet mogelijk, het is hygiënisch en praktisch ook op den duur hier niet voor geschikt. De dan 9 ouderen worden door ‘vader’ en ‘moeder’ ten Brink verzorgd. In 1912 wordt deze taak van hen overgenomen door het echtpaar Van Gelderen, zij krijgen tevens de beschikking over het pand aan de Schoolholm 26 waardoor er aan meer ouderen zorg gegeven kan worden. Op 3 juli 1921 is er een bijzonder feest. De oudste der verpleegden, dhr. E. Wallega werd 90 jaar. Ook de Joodse zangvereniging ‘Groningen” viert haar 1-jarig bestaan op 2 maart 1922 in Beth Zekenim met een concert voor de oudjes.

Gebroeders Gerzon

De broers Jozef en Lion Gerzon spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van Beth Zekenim. Jozef, leidt samen met broer Mozes de vleeswarenfabriek aan het Boterdiep die door zijn moeder is opgericht. Jozef wordt vanaf 1898 secretaris van de vereniging. Vervolgens weet hij in 1917 zijn broer Lion warm te maken voor een nieuwbouwplan en het ter beschikking stellen van fl. 25.000,- voor dit doel. Lion leidt samen met zijn broer Eduard het bekende Modehuis Gerzon in Amsterdam. 

In 1920 wordt Jozef bestuursvoorzitter. Op 9 juli 1920 schrijft het Centraal Blad voor de Israëlieten in Nederland over een mededeling van het Armbestuur. Aangezien spoedig met de bouw van het nieuwe Oude Liedengesticht begonnen zal worden, zou het Armbestuur gaarne de voorwaarden door willen nemen waarop de Gemeente het aan haar toebehorende perceel School no. 24 en den daarachter gelegen op grond voor dit doel zou willen afstaan. De omstandigheden in het tehuis zijn slecht, vernieuwing is broodnodig.  Ook nu duurt het weer geruime tijd voor er daadwerkelijk aktie ondernomen kan worden. Ondertussen vraagt het blad ‘De Vrijdagavond’ zich op 14 februari 1930 in een artikeltje af waarom een nieuw gebouw voor “Beth Zekenim” voorrang heeft op een nieuw onderkomen voor de jeugdsjoel waar zo’n 90 jongens en meisjes komen. 

Aanbesteding en eerste steenlegging

Op zondag 14 september 1930 om 7 uur ‘s-avonds wordt er een bijzondere ledenvergadering gehouden in hotel 
‘Odewald’. Deze vergadering leidt ertoe dat Jozef op 23 november 1931 om 15u in datzelfde hotel namens het bestuur een aanbesteding kan doen voor de nieuwbouw.  De panden Schoolholm 26 en 28 worden gesloopt en op deze plek wordt het nieuwe tehuis gebouwd. Het ontwerp is van de heren Kruiler en Drewes. Het oude tehuis op nummer 24 wordt later gesloopt en vervangen door een bedrijfspand met 2 bovenwoningen. De eerste steenlegging vindt plaats op 15 april 1932 door het bestuur bestaande uit:
Jozef Gerson, voorzitter – S.H. van der Rijn, penningmeester – J.F. Klein, secretaris – S.H. Aptroot – A. Levie – L. van Hessen A.B.zn. en R. Jacobs B.zn.

Opening

Klik op foto om uit te vergroten in nieuw tabblad

Het nieuwe Beth Zekenim wordt geopend op 16 november 1932. Hier wordt o.a. aandacht aan besteed door Nieuwsblad van het Noorden op hun illustratiepagina. Hier staat o.a. het bestuur afgebeeld tijdens de 1e steenlegging, het huis  en men een indruk krijgt van de (aparte) slaapzalen voor de mannen en vrouwen. Het gebouw is modern en heeft veel licht. Op de begane grond bevond zich een conversatiezaal. Verder waren er een bidlokaal annex vergaderzaal, een mannenslaapkamer. vrouwenslaapkamer, wasgelegenheden en kamers voor de ‘vader en moeder’. Op de bovenverdieping bevonden zich personeelskamers, linnenkamer, ziekenkamers, zit-slaapkamers en sanitair.

Eind 1934 doet het bestuur van Beth Zekenim  een verzoek aan B. en W. om een gang, gelegen aan de Folkingedwarsstraat, aan hen over te dragen. Dit t.b.v. een gedeeltelijke vernieuwing van haar gebouwen. B. en W. stellen de Raad voor tot verkoop over te gaan.

Shoah

Als de oorlog uitbreekt beginnen de Duitsers met het opstellen van Razzialijsten. Hierop worden, volgens de gegevens, de aanwezige 3 personeelsleden – waaronder directrice Rosalie Alida Mozes – en alle 28 bewoners geplaatst. Vervolgens worden allen op 9 maart 1943 op mensonterende wijze weggevoerd. De bewoners werden met bed en al naar het Zuiderdiep gebracht waar ze opgehaald werden met vrachtauto’s en bussen. Via Westerbork werden de meesten op 17 maart op transport gezet naar Sobibor.  Geen van hen overleefde de Shoah. Het gebouw wordt na deze brute inval door de Duitse bezetter in beslag genomen en gaat dienst doen als kantoor voor de Hitler Jugend en de Arbeitseinsatz (Organisation Todt).

Aan het einde van de oorlog biedt het gebouw tenminste nog wel wat bescherming aan de buurtbewoners die tijdens de hevige gevechten op het Zuiderdiep kunnen schuilen in de betonnen kelder. Na de oorlog worden de weinige joodse inwoners van de stad die terugkeerden in het voormalige tehuis opgevangen. Hun huizen waren hen afgenomen in de oorlogsjaren en aan anderen verhuurd of doorverkocht.  Ze konden nergens anders terecht.

In 1948 wordt de distributiedienst van de P.T.T. in het gebouw gevestigd tot het in 1957, door de Joodse Gemeente, verkocht wordt aan het Leger des Heils. Het krijgt dan onder de naam ‘Gustaaf Mastehuis’ wederom de bestemming van een  (niet-joods) bejaardentehuis.  Vanwege de brandveiligheid mag het in 1982 niet langer meer voor dit doel gebruikt worden en wordt het weer doorverkocht. Dit keer wordt kunstenares Olga Wiese de nieuwe eigenaresse die er niet alleen gaat wonen maar ook haar atelier heeft. Zij is zich zeer bewust van het beladen verleden van haar huis. Als zij verhuist gaat de nieuwe eigenaar rigoureus verbouwen en blijft er weinig over van de authentieke elementen.

Gedenksteen

In 2016 komt het pand in handen van Joop Woldring (eigenaar van Woldring Verhuur) en ook hij is zich zeer bewust van het verleden van het pand. Hij doet daarom het aanbod om naast de voordeur een gedenksteen te plaatsen ter nagedachtenis aan de bewoners die in de Shoah waren vermoord. Over wie die gedenksteen moest gaan maken hoefde hij niet lang na te denken, dat moest Olga Wiese worden.

Zondagmiddag 1 september 2019 werd op het voorplein de gedenksteen onthuld door Frits Grunewald, voorzitter van de Joodse Gemeente Groningen. Na de plechtigheid werd een toespraak gehouden in de synagoge aan de Folkingestraat door Winnie van Hasselt, dochter van bestuurslid Ben van Hasselt van Beth Zekenim. Tevens is zij ver familielid van de bewoners Izaak Bamberger, Jantje van Hasselt en Betje Zuidema-van Adelsberg. Joods Groningen was ook aanwezig bij deze bijzondere gebeurtenis.


Bronnen:
Archieven.nl
Centraal Blad voor de Israëlieten in Nederland
Groninger Archieven
Het Nieuws van den Dag
Nieuwsblad van het Noorden
N.I.W.

Illustraties
© Collectie Regina Philip
Centraal Blad der Israëlieten in Nederland
Nieuwsblad van het Noorden
N.I.W.

Gepubliceerd:
29-05-2020